Weerbegrippen & weerdefinities
Wat is precies een hogedrukgebied? Wanneer spreken we van een hittegolf? En wat betekent de UV-index? Hieronder leggen we de belangrijkste weerbegrippen helder uit — elk begrip heeft een eigen pagina met uitleg en veelgestelde vragen.
Luchtdruk
- HogedrukgebiedEen gebied waar de luchtdruk hoger is dan in de omgeving, met dalende lucht die zorgt voor rustig, droog en zonnig weer. Op weerkaarten aangeduid met de letter H.Lees meer →
- LagedrukgebiedEen gebied met lagere luchtdruk dan de omgeving; de opstijgende lucht zorgt voor bewolking, neerslag en wind. Op weerkaarten aangeduid met de letter L.Lees meer →
- LuchtdrukLuchtdruk is het gewicht van de luchtkolom op het aardoppervlak; de gemiddelde waarde is 1013 hPa en verschillen in luchtdruk sturen het weer en de wind aan.Lees meer →
- IsobarenIsobaren zijn lijnen op een weerkaart die plaatsen met gelijke luchtdruk verbinden. Hoe dichter de isobaren op elkaar staan, hoe harder de wind waait.Lees meer →
- WeersfrontEen front is de grens tussen twee luchtmassa's met uiteenlopende temperatuur en vochtigheid; het brengt wolken, neerslag en winddraaien met zich mee.Lees meer →
- KoufrontEen koufront is de grens waar koude lucht onder warme lucht schuift, met felle buien of onweer, en daarna snelle opklaringen en een daling van de temperatuur.Lees meer →
- WarmtefrontEen warmtefront is de grens waar warme lucht over koude lucht schuift, met toenemende bewolking en langdurige, gelijkmatige regen.Lees meer →
- OcclusiefrontEen occlusiefront ontstaat als een snel koufront een warmtefront inhaalt en de warme lucht omhoog drukt, los van de grond.Lees meer →
- Straalstroom (jetstream)De straalstroom is een smalle band van zeer sterke wind op grote hoogte die de banen van depressies en hogedrukgebieden stuurt.Lees meer →
- HogedrukrugEen hogedrukrug is een langgerekte uitloper van hoge luchtdruk die meestal rustig, droog en zonnig weer met zich meebrengt.Lees meer →
- TrogEen trog is een langgerekte uitloper van lage luchtdruk die vaak wolken, buien en wisselvallig weer met zich meebrengt.Lees meer →
- CorioliseffectHet corioliseffect is de schijnbare afbuiging van bewegende lucht en water door de draaiing van de aarde, bepalend voor wind en stromingen.Lees meer →
Temperatuur
- HittegolfEen periode van vijf of meer aaneengesloten zomerse dagen (25 °C+), waarvan minstens drie tropische (30 °C+). Officieel vastgesteld door het KNMI op basis van De Bilt.Lees meer →
- Tropische dagEen dag waarop de maximumtemperatuur 30 °C of hoger bereikt. Bij 25 °C of meer spreken we van een zomerse dag; bij vijf zomerse dagen op rij groeit dat uit tot een hittegolf.Lees meer →
- GevoelstemperatuurDe temperatuur zoals de huid die ervaart, rekening houdend met wind (windchill) en luchtvochtigheid (warmte-index). Bij harde wind voelt 5 °C al als –2 °C.Lees meer →
- NachtvorstVorst die 's nachts optreedt wanneer de temperatuur op 1,5 meter hoogte onder 0 °C zakt. Op de grond is het vaak 3–5 °C kouder — gevaarlijk voor planten en gewassen.Lees meer →
- Zomerse dagEen zomerse dag is een dag waarop de maximumtemperatuur 25 °C of meer bereikt — een officiële KNMI-drempelwaarde. Bij 30 °C+ spreken we van een tropische dag.Lees meer →
- IJsdagEen ijsdag is een dag waarop de maximumtemperatuur onder het vriespunt blijft, dus de hele dag kouder dan 0 °C.Lees meer →
- TemperatuurinversieEen temperatuurinversie is een situatie waarin de lucht hoger in de atmosfeer warmer is dan eronder, omgekeerd aan het gebruikelijke verloop.Lees meer →
- WindchillWindchill is de afkoeling die wind veroorzaakt, waardoor het bij vorst kouder aanvoelt dan de thermometer aangeeft. Bij –5 °C en windkracht 6 voelt het als –14 °C.Lees meer →
- TropennachtEen tropennacht is een nacht waarin de temperatuur niet onder 20 °C zakt, een officiële drempel van het KNMI.Lees meer →
- WarmterecordEen warmterecord is de hoogste temperatuur die ooit op een plek of in een periode officieel is gemeten, bevestigd door het KNMI.Lees meer →
- VorstVorst treedt op wanneer de temperatuur op twee meter hoogte daalt onder 0 °C. In Nederland onderscheidt men lichte vorst, matige vorst, strenge vorst en zwaar strenge vorst.Lees meer →
- Zwoel weerWarm en drukkend weer met hoge luchtvochtigheid, waarbij zweet nauwelijks verdampt en de gevoelstemperatuur hoger ligt dan de gemeten temperatuur. Zwoele lucht gaat vaak vooraf aan onweer.Lees meer →
Wind
- Windkracht (Beaufort)Een schaal van 0 tot 12 die windsnelheid indeelt: windstil (0) tot orkaankracht (12). Beaufort 7 is harde wind; vanaf Beaufort 9 spreken we van storm.Lees meer →
- WindstotenWindstoten zijn korte, plotselinge windversnellingen die de gemiddelde windsnelheid ruim overstijgen — soms met 50 % of meer — en daardoor de meeste schade veroorzaken.Lees meer →
- WindrichtingDe windrichting geeft aan uit welke kompasrichting de wind waait. Zuidwest brengt zachte regen; noordoost koude droge lucht; een oost zorgt in de zomer voor hitte.Lees meer →
- Zeewind en landwindZeewind en landwind zijn lokale kustwindjes die ontstaan door temperatuurverschillen: overdag waait de koelere zeewind landinwaarts en koelt het strand merkbaar af.Lees meer →
- FöhnDe föhn is een warme, droge valwind die ontstaat als lucht over een gebergte stroomt en aan de lijzijde afdaalt, waarbij de temperatuur met 10–15 °C kan stijgen.Lees meer →
- ValwindEen valwind is lucht die langs een helling of uit een bui naar beneden stroomt en daarbij vaak krachtige windstoten geeft.Lees meer →
- StormEen storm is wind met gemiddeld windkracht 9 of meer (≥ 75 km/u), waarbij takken afbreken en schade aan gebouwen optreedt. Code oranje of rood van het KNMI.Lees meer →
- OrkaanEen orkaan is een tropische storm met windkracht 12 (boven 117 km/u); de term duidt ook op windkracht 12 in ons eigen klimaat.Lees meer →
- Windhoos (tornado)Een windhoos is een hevig draaiende luchtkolom boven land die vanuit een buienwolk tot de grond reikt; de Nederlandse term voor een tornado.Lees meer →
- WaterhoosEen waterhoos is een draaiende luchtkolom boven water, vergelijkbaar met een windhoos, die vaak boven zee of grote meren ontstaat.Lees meer →
- HerfststormEen zware storm in de herfstmaanden september tot en met november, veroorzaakt door actieve lagedrukgebieden boven de Atlantische Oceaan. Het Nederlandse stormseizoen piekt in oktober en november.Lees meer →
Zon & straling
- UV-indexEen schaal (0–11+) die aangeeft hoe sterk de uv-straling van de zon is. UV 3+ vraagt om factor 30; UV 8+ is gevaarlijk zonder zonnebrand en schaduw.Lees meer →
- ZonurenZonuren zijn de tijd dat de zon direct schijnt zonder dat wolken het zonlicht volledig blokkeren, gemeten in uren per dag.Lees meer →
- ZonkrachtZonkracht is een Nederlandse maat voor de sterkte van de uv-straling van de zon en geeft aan hoe snel je huid kan verbranden.Lees meer →
- OzonlaagDe ozonlaag is een laag in de stratosfeer met veel ozon die het grootste deel van de schadelijke uv-straling van de zon tegenhoudt.Lees meer →
- Globale stralingGlobale straling is de totale hoeveelheid zonne-energie die op een horizontaal vlak aan het aardoppervlak valt, gemeten in watt per vierkante meter.Lees meer →
Neerslag
- NeerslagkansDe kans in procenten dat er neerslag valt op een bepaalde plek en tijdstip. Onder 20 % blijft het vrijwel droog; boven 60 % is de kans op regen of sneeuw groot.Lees meer →
- OnweerEen weersverschijnsel met bliksem en donder, ontstaan in zware cumulonimbuswolken met sterke opstijgende lucht, vaak met hagel, hevige regen en windstoten.Lees meer →
- NeerslagNeerslag is alle water dat in vloeibare of vaste vorm uit wolken naar het aardoppervlak valt, zoals regen, sneeuw en hagel.Lees meer →
- MotregenMotregen is zeer fijne, dichte regen met heel kleine druppeltjes die langzaam vallen en vaak uit een lage, grijze wolkenlaag komen.Lees meer →
- HagelHagel bestaat uit korrels of klompjes ijs die in onweerswolken ontstaan en bij stevige buien naar beneden vallen.Lees meer →
- SneeuwSneeuw is neerslag van ijskristallen die samenklonteren tot vlokken en valt wanneer de lucht koud genoeg is om water bevroren te houden.Lees meer →
- IJzelIJzel ontstaat als onderkoelde regen op een bevroren oppervlak valt en daar direct vastvriest tot een gladde, doorzichtige ijslaag.Lees meer →
- GladheidGladheid ontstaat als een laagje ijs of bevroren neerslag wegen en stoepen spekglad maakt, met groot risico op vallen en slippen.Lees meer →
- WolkbreukEen wolkbreuk is een korte, zeer hevige regenbui waarbij in korte tijd een grote hoeveelheid neerslag valt, vaak met wateroverlast.Lees meer →
- RegenboogEen regenboog is een gekleurde boog aan de hemel die ontstaat doordat zonlicht breekt en weerkaatst in regendruppels.Lees meer →
- RijpRijp is een dun laagje ijskristallen dat ontstaat als waterdamp bij vorst direct op koude oppervlakken bevriest.Lees meer →
- DauwDauw bestaat uit waterdruppels die 's nachts neerslaan op gras en planten wanneer waterdamp op koude oppervlakken condenseert.Lees meer →
- DroogteDroogte is een langdurig neerslagtekort waardoor de bodem uitdroogt, grondwater daalt en natuur, landbouw en watervoorziening schade ondervinden.Lees meer →
- RegenbuiEen korte, lokale regenbui waarbij het in korte tijd stevig regent, vaak veroorzaakt door opstijgende warme lucht of een doorgeraasd front. Buien zijn grillig en moeilijk exact te voorspellen.Lees meer →
- Maartse buienKorte, felle buien met hagel, natte sneeuw en soms onweer, typisch voor maart en april, veroorzaakt door koude hoogtelucht boven het opwarmende aardoppervlak.Lees meer →
- KorrelhagelKleine, zachte, witte korreltjes van bevroren neerslag (2–5 mm) die vooral in winterse en vroege voorjaarsbuien vallen — ook wel graupel of motsneeuw genoemd.Lees meer →
Waarschuwingen
Zicht
- MistEen wolk op grondniveau van kleine waterdruppeltjes die het zicht beperkt tot minder dan 1 km. Dichte mist (zicht < 200 m) kan leiden tot code geel of oranje van het KNMI.Lees meer →
- NevelNevel is een lichte vorm van mist waarbij kleine zweveende waterdruppeltjes het zicht beperken tot tussen 1 en 10 kilometer.Lees meer →
- SmogSmog is luchtvervuiling waarbij fijnstof, ozon of andere stoffen zich ophopen in de onderste luchtlagen en zicht en gezondheid aantasten.Lees meer →
- ZichtZicht is de afstand waarover je voorwerpen nog duidelijk kunt onderscheiden; het wordt beperkt door mist, nevel, neerslag of luchtvervuiling.Lees meer →
Wolken
- Cumulus (stapelwolk)Cumulus is een witte stapelwolk met een platte basis en bloemkoolachtige bovenkant, kenmerkend voor mooi maar wisselvallig zomerweer.Lees meer →
- Cumulonimbus (onweerswolk)De cumulonimbus is een enorme, torenhoge buienwolk die zorgt voor onweer, hagel, windstoten en zware regen.Lees meer →
- Cirrus (vederwolk)Cirrus is een hoge, dunne ijswolk met een ijl, vederachtig uiterlijk die vaak het naderen van een warmtefront en weersverandering aankondigt.Lees meer →
- Stratus (laagwolk)Stratus is een grijze, vlakke laagwolk die de hemel als een eentonige deken bedekt en soms motregen of mist geeft.Lees meer →
- Nimbostratus (regenwolk)Nimbostratus is een dikke, donkergrijze wolkenlaag die langdurige, gelijkmatige regen of sneeuw veroorzaakt.Lees meer →
- Altocumulus (schapenwolkjes)Altocumulus zijn middelhoge wolkjes in groepjes of banen, ook wel schapenwolkjes genoemd, vaak een teken van veranderend weer.Lees meer →
- Bewolkingsgraad (octa)De bewolkingsgraad geeft aan welk deel van de hemel met wolken is bedekt, uitgedrukt in achtsten van de hemel: octa's.Lees meer →
Vocht
- LuchtvochtigheidLuchtvochtigheid is de hoeveelheid waterdamp in de lucht; het beïnvloedt de gevoelstemperatuur, mistvorming en de kans op neerslag.Lees meer →
- Relatieve luchtvochtigheidDe relatieve luchtvochtigheid is het percentage waterdamp in de lucht ten opzichte van het maximum dat bij die temperatuur mogelijk is.Lees meer →
- DauwpuntHet dauwpunt is de temperatuur waarbij lucht verzadigd raakt met waterdamp en die damp begint te condenseren tot druppeltjes.Lees meer →
- VerdampingVerdamping is het proces waarbij water van vloeibare naar gasvormige toestand overgaat en als onzichtbare waterdamp in de lucht komt.Lees meer →
- CondensatieCondensatie is de overgang van waterdamp naar vloeibaar water; het vormt wolken, mist, dauw en de druppels op een koud glas.Lees meer →
Klimaat
- Klimaat versus weerWeer is de toestand van de atmosfeer op een bepaald moment, klimaat is het gemiddelde weerpatroon over een lange periode van meestal 30 jaar.Lees meer →
- El NiñoEl Niño is een natuurlijk klimaatverschijnsel waarbij het oppervlaktewater in de tropische Stille Oceaan ongewoon warm wordt en het weer wereldwijd beïnvloedt.Lees meer →
- La NiñaLa Niña is de koude tegenhanger van El Niño, waarbij het oppervlaktewater in de tropische Stille Oceaan juist kouder dan normaal wordt.Lees meer →
- MoessonEen moesson is een seizoensgebonden windsysteem dat van richting omkeert en in grote delen van Azië en Afrika een afwisseling van een natte en droge tijd brengt.Lees meer →
- PassaatwindPassaatwinden zijn constante winden in de tropen die door het corioliseffect vanuit de subtropen richting de evenaar waaien, vanuit het noordoosten of zuidoosten.Lees meer →
Meten & voorspellen
- SeizoensverwachtingEen seizoensverwachting schat of de komende maanden warmer, kouder, natter of droger uitvallen dan het klimaatgemiddelde — geen weerbericht per dag.Lees meer →
- BarometerEen barometer is een instrument dat de luchtdruk meet, waarmee veranderingen in het weer kunnen worden voorspeld zoals de komst van regen of mooi weer.Lees meer →
- WeerstationEen weerstation is een verzameling instrumenten die weergegevens meet zoals temperatuur, neerslag, wind en luchtdruk, als basis voor waarnemingen en verwachtingen.Lees meer →
- WeermodelEen weermodel is een computerprogramma dat met natuurkundige formules en actuele metingen berekent hoe de atmosfeer zich de komende dagen ontwikkelt.Lees meer →
- EnsembleverwachtingEen ensembleverwachting laat een weermodel meerdere keren rekenen met iets andere startwaarden, om de onzekerheid en betrouwbaarheid van de voorspelling in beeld te brengen.Lees meer →
Seizoenen
- NazomerweerNazomerweer is een periode na het officiële zomereinde (1 september) waarin het onverwacht warm en zonnig blijft — ook wel Indische zomer genoemd.Lees meer →
- Meteorologisch seizoenMeteorologen verdelen het jaar in vier seizoenen van elk drie maanden: lente (maart–mei), zomer (juni–augustus), herfst (september–november) en winter (december–februari).Lees meer →
Circulatie
Weerspreuk & seizoen
- IJsheiligenDe periode van 11 tot en met 15 mei, volgens de traditie de laatste dagen met kans op nachtvorst. Vuistregel voor tuiniers: vorstgevoelige planten pas daarna naar buiten.Lees meer →
- SchaapscheerderskouEen koude terugval in de eerste helft van juni, met noordwestenwind en temperaturen die blijven steken rond de 15 graden — genoemd naar de pas geschoren schapen.Lees meer →
- HondsdagenDe traditioneel heetste en broeierigste periode van het jaar, van circa 20 juli tot 20 augustus, genoemd naar de heldere ster Sirius in het sterrenbeeld Grote Hond.Lees meer →
- Witte kerstKerstdagen met sneeuw: volgens de officiële KNMI-definitie een gesloten sneeuwdek in De Bilt op zowel eerste als tweede kerstdag — een zeldzaamheid in Nederland.Lees meer →
Weertype
Bewolking
Onweer & extreem weer
Wil je weten welk weer eraan komt? Bekijk de gratis 14-daagse weersverwachting voor 250+ steden in Nederland, België en Europa op 14dagenweer.nl.