Weerspreuk & seizoen

Hondsdagen

De hondsdagen zijn de periode van ongeveer 20 juli tot 20 augustus, die al sinds de klassieke oudheid bekendstaat als het heetste, drukkendste deel van de zomer. De naam komt van de ster Sirius — de helderste ster aan de hemel, in het sterrenbeeld Grote Hond (Canis Major) — die in deze periode tegelijk met de zon opkomt. De Grieken en Romeinen dachten dat de gecombineerde 'hitte' van zon en Sirius de verzengende dagen veroorzaakte. Dat klopt niet, maar klimatologisch valt de warmste periode van het jaar in Nederland inderdaad in deze weken.

Waarom zijn de hondsdagen zo warm?

Met Sirius heeft het niets te maken — de ster staat er lichtjaren vandaan. De echte verklaring is de naijling van het zomerseizoen: hoewel de zon eind juni op zijn hoogst staat, blijven land en zee tot in augustus warmte opbouwen. Daardoor liggen de hoogste lucht- én zeewatertemperaturen van het jaar gemiddeld drie tot zes weken ná de langste dag: precies in de hondsdagen.

De combinatie van hoge temperaturen en een inmiddels vochtige atmosfeer maakt de hondsdagen bovendien broeieriger dan de vroege zomer. Het gezegde dat het weer tijdens de hondsdagen 'vastzit' — wat op de eerste hondsdag valt, blijft weken zo — is folklore, maar zomerse blokkades met wekenlang hetzelfde weertype komen in deze periode wél geregeld voor.

Hondsdagen in de praktijk

Statistisch vallen de meeste hittegolven, tropische dagen en tropennachten van het Nederlandse jaar in de hondsdagenperiode. Ook de zwaarste zomeronweders horen erbij: na dagen van broeierige opbouw ontlaadt de atmosfeer zich in stevige buien met hagel, windstoten en wolkbreuken.

Voor de dagelijkse praktijk betekenen de hondsdagen: rekening houden met hitte (drinken, schaduw, koelte in huis), voedsel en medicijnen koel bewaren, en bij buitenplannen de onweerskansen in de gaten houden. In de 14-daagse verwachting herken je een klassieke hondsdagenperiode aan een lange reeks warme dagen met oplopende luchtvochtigheid en periodiek terugkerende onweerssymbolen.

Verwante begrippen

Bekijk de actuele 14-daagse weersverwachting voor jouw stad, of ga terug naar het overzicht van weerbegrippen.

Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen over hondsdagen

Wanneer zijn de hondsdagen?

Traditioneel van ongeveer 20 juli tot 20 augustus, al verschillen de precieze data per bron. De periode valt samen met de klimatologisch warmste weken van het jaar in West-Europa.

Waar komt de naam hondsdagen vandaan?

Van de ster Sirius, de helderste ster aan de nachthemel, in het sterrenbeeld Grote Hond. In deze periode komt Sirius tegelijk met de zon op. In de oudheid dacht men dat de ster samen met de zon voor de verzengende hitte zorgde — vandaar 'hondsdagen' (dies caniculares).

Klopt het dat het weer tijdens de hondsdagen weken 'vastzit'?

Als vaste regel niet — dat is folklore. Maar zomerse weerpatronen zijn wel traag: blokkerende hogedrukgebieden kunnen in juli en augustus wekenlang hetzelfde weertype vasthouden, of dat nu hitte of juist wisselvalligheid is. De volkswijsheid bevat dus een kern van waarheid.

Vallen hittegolven altijd in de hondsdagen?

Niet altijd, maar wel het vaakst: de meeste Nederlandse hittegolven vallen tussen half juli en half augustus. De hoogste temperatuur ooit in Nederland — 40,7 °C in Gilze-Rijen — werd op 25 juli 2019 gemeten, midden in de hondsdagen.