Seizoenen

Meteorologisch seizoen

Het meteorologisch seizoen is de indeling van het jaar die weerkundigen gebruiken om klimaatgegevens te vergelijken en statistieken bij te houden. In tegenstelling tot het astronomisch seizoen — dat begint op de dag dat de aarde een bepaald punt in zijn baan om de zon bereikt (de zonnewendes en de dag-nacht-eveningen) — begint elk meteorologisch seizoen altijd op de eerste dag van een maand. Dat maakt het eenvoudig om maandelijkse meetreeksen te vergelijken.

De vier meteorologische seizoenen

De vier meteorologische seizoenen zijn: lente (1 maart – 31 mei), zomer (1 juni – 31 augustus), herfst (1 september – 30 november) en winter (1 december – 28/29 februari). Dit is een paar weken eerder dan de astronomische indeling: de meteorologische zomer begint op 1 juni, de astronomische zomer pas op of rond 21 juni (zomerzonnewende).

De meteorologische indeling is verzonnen omdat het praktisch is voor statistieken. Als je de gemiddelde zomertemperatuur wilt berekenen, heb je baat bij vaste maandgrenzen: juni, juli en augustus vormen samen de meteorologische zomer. Dat maakt vergelijken tussen jaren een stuk eenvoudiger dan werken met variabele astronomische data.

Meteorologisch versus astronomisch seizoen

Het astronomisch seizoen is gebaseerd op de stand van de aarde ten opzichte van de zon. De lente begint astronomisch op de dag-nacht-evening in maart (circa 20 of 21 maart), de zomer op de langste dag (circa 21 juni), de herfst op de tweede dag-nacht-evening (circa 22 of 23 september) en de winter op de kortste dag (circa 21 of 22 december). Deze data variëren licht per jaar.

Het meteorologisch seizoen loopt dus circa drie weken vóór op het astronomisch seizoen. Dit is de reden dat meteorologen al op 1 september spreken van 'meteorologisch herfst', terwijl het in de volksmond — en op het zonnestandkalender — pas rond 22 september echt herfst wordt.

Wanneer begint de zomer en herfst meteorologisch?

De meteorologische zomer begint altijd op 1 juni en eindigt op 31 augustus. De meteorologische herfst begint op 1 september. In de praktijk merkt het weer weinig van die vaste grenzen: nazomerweer in september is gewoon, en de laatste forse zomerhitte kan ook begin september nog optreden. Op 14dagenweer.nl zie je de actuele 14-daagse weersverwachting zodat je altijd weet wat de eerstvolgende weken brengen, ongeacht welk seizoen het officieel is.

Verwante begrippen

Bekijk de actuele 14-daagse weersverwachting voor jouw stad, of ga terug naar het overzicht van weerbegrippen.

Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen over meteorologisch seizoen

Wanneer begint de meteorologische zomer?
De meteorologische zomer begint altijd op 1 juni en duurt tot en met 31 augustus. De astronomische zomer begint pas rond 21 juni (zomerzonnewende). Meteorologen hanteren de vaste maandgrenzen om klimaatstatistieken eenvoudig te vergelijken.
Wanneer begint de meteorologische herfst in Nederland?
De meteorologische herfst begint op 1 september. De astronomische herfst begint pas rond 22 of 23 september. Meteorologen spreken dus al vanaf 1 september over herfst, ook al kan het weer dan nog volop zomers zijn (nazomerweer of Indische zomer).
Wat is het verschil tussen meteorologische en astronomische seizoenen?
Meteorologische seizoenen beginnen altijd op de eerste dag van een maand (1 maart, 1 juni, 1 september, 1 december). Astronomische seizoenen beginnen op de zonnewendes of dag-nacht-eveningen, die jaarlijks variëren (circa 20–23 van de maand). De meteorologische indeling is praktischer voor statistieken.
Waarom horen juni, juli en augustus bij de meteorologische zomer?
Meteorologen kiezen hele maanden als seizoensindeling zodat maandelijkse klimaatdata direct vergelijkbaar is. Juni, juli en augustus zijn de drie warmste maanden in het noordelijk halfrond en vormen samen de meteorologische zomer. Dit maakt het berekenen van 'gemiddelde zomertemperatuur' of 'neerslagsom van de zomer' eenvoudig en consistent.